Sinds 1960 zijn er tientallen onbemande ruimtevaartuigen naar Mars gestuurd door de ruimteorganisaties van de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, Europa en Japan. De meeste verrichten onderzoek vanuit een baan rond de planeet, maar enkele vluchten hadden als doel om daadwerkelijk op Mars te landen. Onderzoek richtte zich op de samenstelling, het klimaat en de geologie van de planeet.
De eerste ruimtesonde werd op 10 oktober 1960 gelanceerd door de Sovjet-Unie. Deze Marsnik 1 had langs Mars moeten vliegen, maar bij de lancering ging het al mis. Vier dagen later werd een nieuwe poging ondernomen met de Marsnik 2, maar ook deze missie mislukte toen op een hoogte van 120 km de draagraket terugviel naar de Aarde ...
De eerste geslaagde missie naar Mars werd uitgevoerd met de Amerikaanse Mariner 4, die in november 1964 werd gelanceerd en acht maanden later langs Mars scheerde. De ruimtesonde maakte de eerste gedetailleerde foto's van het oppervlak van een andere planeet, waarop een doods landschap, bedekt met kraters, zichtbaar was. Mariner 9 was de eerste sonde die met succes in een baan rond Mars werd gebracht. Een jaar lang heeft deze ruimtesonde meetgegevens en in totaal 7.329 foto's naar de Aarde gestuurd.
Op 15 september telde de detector voor kosmisch stof in amper een kwartier tijd 17 inslagen, waarschijnlijk veroorzaakt door een regen van micrometeorieten. Hierdoor raakte de sonde tijdelijk uit balans en een afdekplaat liep enige schade op.
De eerste poging om een meetstation op Mars te laten landen mislukte toen de Russische Mars 2 als gevolg van een rekenfout veel te snel afdaalde en de harde landing niet overleefde. De Mars 3-missie liep iets beter af, maar 20 seconden na de landing begaf deze lander het.
In die tijd waren de Koude oorlog en ruimterace in volle gang. Ook de Amerikanen schoten tijdens dit lanceervenster twee verkenners naar de rode planeet, de Mariner 8 en 9. Overigens was het zo dat in de jaren voor deze missie al vele vluchten naar Mars mislukten. Met de Mars 2 boekten de Sovjets wederom een primeur: het was het eerste door mensen vervaardigde voorwerp dat de oppervlakte van onze buurplaneet bereikte.
Meer geluk had het Amerikaanse Vikingprogramma in 1975, waarbij twee ruimtesondes, Viking 1 en Viking 2, elk bestaande uit een satelliet en een lander, over een lange periode gegevens verzamelden. De Viking-landers beschikten over seismometers, camera's, een gaschromatograaf, een massaspectrometer en andere apparatuur om de atmosfeer en bodem te onderzoeken. Bovendien maakten ze de eerste kleurenfoto's van het Marsoppervlak.
Het doel van NASA was onderzoek te doen naar de mogelijkheid van leven op Mars. Hier hing echter een zeer stevig prijskaartje aan. Zowel de Amerikaanse overheid als NASA verkochten het Viking programma daarom als een missie waardoor men erachter kon komen of er leven op Mars was. Mede hierom kostte het weinig moeite om de benodigde bedragen bijeen te krijgen.
Nadat het Russische Phobosprogramma (Phobos 1 en 2) in 1988 en de Amerikaanse Mars Observer in 1992 beide om uiteenlopende redenen mislukten was de Amerikaanse Mars Global Surveyor in 1996 geheel geslaagd. Tot 2006 bracht deze sonde vanuit een omloopbaan het oppervlak van Mars zeer nauwkeurig in kaart. Een maand na de Surveyor lanceerde NASA ook de Mars Pathfinder, die het verkenningsvoertuigje Sojourner meebracht. Het wagentje maakte veel spectaculaire foto's van het Marslandschap in de Ares Vallis.
De communicatie met de ruimtesonde ging verloren op 2/11/2006. Dit was meteen het einde van deze zeer succesvolle missie die sinds de lancering 10 jaar heeft geduurd.
In 2003 volgde de Europese sonde Mars Express. Deze ruimtesonde fotografeerde vanuit een baan om Mars het gehele Marsoppervlak. Daarnaast werden er metingen gedaan aan de minerale samenstelling. Op 19 december 2003 werd het wagentje Beagle 2 als lander losgemaakt van de sonde. Eenmaal op het oppervlak, liet dit echter niets meer van zich horen en het werd enkele weken later als verloren beschouwd. Onderzoekers van de Europese ruimtevaartdienst ESA hebben dankzij de Mars Express sporen van water en ijs ontdekt op de planeet Mars, en de aanwezigheid van ijs in de zuidelijke poolkap van de planeet aangetoond.
Mars Express dankt zijn naam aan het feit dat geen enkel andere vergelijkbare ruimtemissie naar een planeet zo snel tot stand is gekomen.
Datzelfde jaar werden door de NASA twee Mars Exploration Rovers gelanceerd, Spirit en Opportunity. Deze robotwagens, aangedreven door zonne-energie, landden in 2004 op Mars, voerden onderzoek uit en maakten (panorama)foto's. Spirit landde in de Gusevkrater, Opportunity in Meridiani Planum. Beide wagentjes zouden hun verwachte levensduur van drie maanden vele malen overtreffen. In 2010 ging het contact met Spirit verloren, met Opportunity verloor men het contact in 2018. De belangrijkste resultaten van de missie waren nieuwe bewijzen voor het vroeger voorkomen van water op Mars.
Het voornaamste doel was het zoeken naar bewijs dat water op Mars aanwezig is of aanwezig is geweest. De aanwezigheid van water was een van de voornaamste voorwaarden voor het ontstaan van leven. De MER's zouden echter niet zoeken naar aanwijzingen van eventuele aanwezigheid van (voormalig) leven.
Op 4 augustus 2007 werd de Phoenix-ruimtesonde gelanceerd met een verwachte aankomst bij Mars op 25 mei 2008. De geslaagde landing van Phoenix met parachutes bij de noordpoolkap werd door de satelliet Mars Reconnaissance Orbiter gefotografeerd. De eerste beelden gaven veelhoeken in de bodem te zien, waarschijnlijk te wijten aan ontdooien en opvriezen van ondergronds ijs. De afmetingen waren kleiner dan verwacht. Met zijn graafarm heeft Phoenix grondmonsters genomen om met ovens te verhitten, zodat de vrijkomende gassen kunnen worden geanalyseerd. Ook kan een richel van de veelhoek worden doorgraven, om te kijken of daar ijs of zand zit. In opvolgende foto's was een witte substantie te zien, die verdween. Men denkt dat dit ijs was.
Op 26 november 2011 werd de Curiosity gelanceerd, die na 255 dagen, op 6 augustus 2012, een succesvolle landing maakte. Voor zijn onderzoek reed de Curiosity de 5 kilometer hoge berg Mt. Sharp midden in de krater op. Die berg zou zijn gevormd door afzettingen van het stromende water. De lagen van de berg zijn "een geschiedenisboek" van Mars, aldus NASA.
De landingsplaats werd onder meer uitgekozen op basis van satellietfoto's die in de directe omgeving sporen van water tonen. Het voertuig is ongeveer drie keer zo groot als de twee Mars Exploration Rovers die in 2004 een succesvolle missie uitvoerden.
Bronnen
- Wikipedia
- NASA
- JPL
Astropolis respecteert logischerwijze de auteursrechten, maar het blijkt helaas niet altijd mogelijk om te achterhalen wie de rechtmatige eigenaar is van betreffende foto of video. Bent u de eigenaar en maakt u bezwaar ? Neem dan gerust contact met ons op !
AI Website Builder