Mars bevindt zich gemiddeld op 230 miljoen km (ongeveer 1,5 AE) van de Zon. De siderische periode is 687 (aardse) dagen (of 1,8809 aardse jaren), dit is de tijd die Mars nodig heeft om een omloop rond de Zon te voltooien. Een siderische dag (de periode die de planeet erover doet om rond haar eigen as te roteren) op Mars is iets langer dan de aardse dag en duurt 24 uur, 37 minuten en 22.66 seconden. Een synodische dag op Mars, de tijd die nodig is voor de Zon om aan dezelfde plaats aan de Marshemel te komen, is 24 uur, 39 minuten en 35,244 seconden en wordt sol genoemd. De tijdseenheid sol wordt gebruikt bij missies op het marsoppervlak, sol 0 is de landingsdag.
Naarmate Mars de oppositie nadert, begint een periode van retrograde beweging, wat betekent dat Mars in een lusvormige curve achteruit lijkt te bewegen ten opzichte van de achtergrondsterren. Deze retrograde beweging duurt ongeveer 72 dagen en Mars bereikt zijn maximale schijnbare helderheid halverwege deze periode ...
De hoek van de rotatieas van Mars met zijn baanvlak (de obliquiteit) is 25,19°, bijna gelijk aan die van de Aarde. Het gevolg is dat ook Mars seizoenen kent, hoewel ze op Mars bijna tweemaal zo lang zijn. In het zonnestelsel heeft alleen Mercurius een baan die meer afwijkt van een cirkel. De verandering van de excentriciteit is groot: 1,35 miljoen jaar geleden was de excentriciteit maar ongeveer 0,002, veel kleiner dan die van de huidige aardbaan. De excentriciteit verandert met een periode van ongeveer 96.000 aardjaren (ter vergelijking: de excentriciteit van de aardbaan verandert met een periode van ongeveer 100.000 jaar). Mars heeft echter nog een langere en belangrijkere periode waarmee de excentriciteit verandert, namelijk 2,2 miljoen aardse jaren. In de laatste 35.000 jaar is de Marsbaan langzaam excentrischer geworden als gevolg van de gravitatiekrachten van andere planeten. De kleinste afstand die de Aarde en Mars elkaar in hun banen kunnen naderen, zal de komende 25.000 jaar enigszins afnemen.
Schijnbare retrograde beweging is de relatieve beweging van een planeet of planetoïde ten opzichte van de sterrenhemel in een richting tegengesteld aan de richting die de planeten meestal volgen in hetzelfde systeem. De relatieve beweging, die de planeten meestal volgen, noemen we schijnbare prograde beweging of schijnbare directe beweging en in ons zonnestelsel is dat een schijnbare beweging in oostelijke richting. Beide bewegingen worden gewoonlijk bestudeerd vanuit een standpunt op de Aarde.
Als we nacht na nacht op hetzelfde uur een planeet observeren, merken we dat die planeet in oostelijke richting verschuift tegenover de sterrenhemel. Deze beweging noemen we schijnbare prograde beweging. Toch zijn er periodes waarbij de planeet in westelijke richting verschuift en deze beweging noemen we schijnbare retrograde beweging. We spreken in beide gevallen van een schijnbare beweging omdat die beweging een illusie is, want de planeten volgen in werkelijkheid een continue beweging rond de zon volgens een ellipsvormige baan.
Bronnen
- Wikipedia
- NASA
- Stephen Sanders
- APOD
- Tunç Tezel
Astropolis respecteert logischerwijze de auteursrechten, maar het blijkt helaas niet altijd mogelijk om te achterhalen wie de rechtmatige eigenaar is van betreffende foto of video. Bent u de eigenaar en maakt u bezwaar ? Neem dan gerust contact met ons op !
Drag & Drop Website Builder