Een Mercuriusovergang is de situatie waarin de planeet Mercurius vanaf Aarde gezien voor de Zon langs beweegt. Mercurius is dan te zien als een kleine zwarte vlek die langzaam over de schijf van de zon beweegt. Mercuriusovergangen komen ongeveer dertien à veertien keer per eeuw voor, vaker dan Venusovergangen, vanwege de kleinere omlooptijd van Mercurius om de Zon. Mercuriusovergangen kunnen bijna acht uur duren. In tegenstelling tot de Venusovergang, is de Mercuriusovergang niet met het blote oog waar te nemen. Een Mercuriusovergang is voor het eerst waargenomen door Pierre Gassendi op 7 november 1631 op basis van berekeningen van Johannes Kepler in 1629.
Doordat de baanvlakken van de Aarde en Mercurius iets ten opzichte van elkaar hellen, kunnen Mercuriusovergangen alleen voorkomen als beide planeten in de buurt van de snijlijn van deze vlakken staan. Zo'n snijpunt wordt knoop genoemd. De Aarde staat alleen in de maanden mei en november in een knoop van het Mercuriusbaanvlak. Tijdens de november-overgangen bevindt Mercurius zich in de buurt van het perihelium van zijn baan (0,31 AE van de zon) en tijdens de mei-overgangen in de buurt van het aphelium (0,47 AE). Daardoor is de hoekdiameter van het schijfje van de planeet tijdens een mei-overgang groter (ongeveer 12") dan tijdens een november-overgang (ongeveer 10"). Door de tweede wet van Kepler beweegt Mercurius sneller in het perihelium (59,0 km/s) dan in het aphelium (38,9 km/s) en duren mei-overgangen langer.
Mei-overgangen komen voor met een tussenpoos van afwisselend 13 of 33 jaar. Uitzondering is 20 jaar (1937 (gedeeltelijk) - 1957, na 217 jaar (zie verder) 2154 - 2174, weer na 217 jaar 2371 - 2391 (niet overal op Aarde totaal zoals in november 1999) en weer na 217 jaar 2588 - 2608 (gedeeltelijk). De eerstvolgende 20 jaar reeks begint met het paar 3936 - 3956 en zal na nog tien van zulke paren eindigen met 6106 - 6126. Dit patroon is gecompliceerd door de elliptische baan van Mercurius. De periode van 13 jaar komt op 2,01 dagen na overeen met 54 omlopen van Mercurius. Een periode van 46 jaar (10+10+13+13) komt op 0,34 dagen na overeen met 191 omlopen van Mercurius. Er bestaat ook een zeer nauwkeurige periode van 217 jaar.
Door de precessie van de knopen van de Mercuriusbaan verschuiven de tijdstippen van de overgangen geleidelijk naar een later tijdstip in het jaar (vóór 1585 vonden ze plaats in april en oktober).
Mobirise