De opbouw van de ijsreus Neptunus vertoont veel overeenkomsten met die van Uranus. De kern bestaat uit gesmolten metaal en rots en daaromheen bevindt zich een mantel van gesteente, water, ammoniak en methaan. Naar buiten toe wordt de mantel steeds vloeibaarder en gaat uiteindelijk geleidelijk over in de atmosfeer.
De interne structuur van Neptunus lijkt op die van Uranus. De atmosfeer beslaat ongeveer 5 tot 10% van de massa en strekt zich uit tot ongeveer 10 tot 20% van de afstand tot de kern. De druk in de atmosfeer bedraagt ongeveer 10 GPa, oftewel ongeveer 10⁵ atmosferen. In de lagere lagen van de atmosfeer worden steeds hogere concentraties methaan, ammoniak en water aangetroffen ...
De mantel is gelijk aan 10 tot 15 aardmassa's en is rijk aan water, ammoniak en methaan. Zoals gebruikelijk in de planetaire wetenschap wordt dit mengsel ijs genoemd, ook al is het een hete, dichte superkritische vloeistof. Deze vloeistof, die een hoge elektrische geleidbaarheid heeft, wordt soms een water-ammoniakoceaan genoemd. De mantel kan bestaan uit een laag ionisch water waarin de watermoleculen uiteenvallen in een soep van waterstof- en zuurstofionen, en dieper gelegen superionisch water waarin de zuurstof kristalliseert, maar de waterstofionen vrij rondzweven binnen het zuurstofrooster. Op een diepte van 7.000 km kunnen de omstandigheden zodanig zijn dat methaan ontleedt in diamantkristallen die als hagelstenen naar beneden regenen. Wetenschappers geloven dat dit soort diamantregen voorkomt op Jupiter, Saturnus en Uranus. Experimenten onder zeer hoge druk in het Lawrence Livermore National Laboratory suggereren dat de bovenkant van de mantel een oceaan van vloeibare koolstof zou kunnen zijn met drijvende vaste 'diamanten'.
HTML Builder